Damn, is this clan still alive? <_<
no, its dead, but you can go to www.thesonclan.tk to find another clan, from the old members of this one
lol kinders, fos is zo dood als een pier
ja zo slim was ik ook wel :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh: :bleh:
voor iemand die de anw antwoorden wil hebbe :D
12. Grenzen tussen leven en dood
1. De diagnose hersendood wordt gesteld wanneer er geen hersenactiviteit meer is waar te nemen op een elektro-encefalogram (EEG). Deze toestand is onomkeerbaar. Klinisch dood betekent dat hart en longen niet meer functioneren, maar dat de cellen nog leven. Reanimatie blijft dan nog mogelijk.
Psychisch dood is een toestand van diepe coma, waarbij de vegetatieve functies nog bewaard zijn. Biologisch dood is absoluut dood; de veranderingen die dan in de cellen en in de weefsels zijn opgetreden, maken reanimatie onmogelijk.
Juridisch dood betekent dat de lijn die de elektrische activiteiten van de hersenen weergeeft bij registratie door middel van een EEG vlak is. Hoewel de vitale functies met hart-longmachines nog in stand kunnen worden gehouden, is het dan wettelijk toegestaan om organen te verwijderen voor transplantatie.
4. Ziekteverschijnselen van BSE:
- weerspannigheid
- toename agressief gedrag
- evenwichtsstoornissen
- trillende ledematen
- verlies van spiercoordinatie.
- dood.
Ziekteverschijnselen van CJD:
- razendsnelle dementering
- soms hallucinaties en blindheid
- toenemende motorische storingen
- dood (meestal binnen zeven maanden na het optreden van de eerste symptomen).
CJD kan verschillende oorzaken hebben:
- een spontane mutatie (sporadisch)
- overerving (familiaal)
- besmet donormateriaal (bijvoorbeeld groeihormoon uit de hypofyse)
- besmet voedsel (met name hersenen en zzenuwweefsel van dieren met BSE)
Bij de eerste drie oorzaken treedt de ziekte CJD pas op latere leeftijd op.
In de publiciteit wordt de meeste aandacht gegeven aan de vierde mogelijkheid. Bij deze vorm treedt de ziekte CJD ook op jongere leeftijd op.
De incubatietijd (tussen besmetting en het optreden van symptomen) is 5-35 jaar!
Voor de meest recente gegevens over aantallen zieke koeien en mensen: zie internet.
In 1996: circa 160.000 BSE-gevallen in Groot-Brittannie; 0 in Nederland.
In 1996:een toename van 30 CJD-gevallen per jaar tot 54 per jaar; 15 in Nederland.
Voorzorgsmaatregelen:
Bij proeven met dieren bleek dat:
- behandeling van het voedsel met ultraviolet licht, dat erfelijk materiaal doodt, besmetting met de ziekte niet voorkomt!
- behandeling van het voedsel met chemicaliën de besmetting met de ziekte niet voorkomt!
- ook het sterk verhitten van het voedsel tot meer dan 40 graden Celsius besmetting met de ziekte niet voorkomt! Het enige dat werkt is het niet consumeren van besmet voedsel, met name van hersenen, zenuwweefsel en de milt. Hoewel de overige organen veilig lijken te zijn moeten besmette runderen afgemaakt en vernietigd worden.
5.
Argumenten voor leven van computervirus. Argumenten tegen leven van computervirus.
Vermenigvuldigt zich volgens ingebouwde blauwdruk. Heeft geen eigen stofwisseling.
Reageert op prikkels Heeft geen stabiel inwendig milieu.
19. Cellen in oorlog
1. Geslachtsziektes of seksueel overdraagbare aandoenin-gen (SOA).
2. Na 3 + 3 = 6 uur hebben alle 512 nakomelingen dan elk weer voor 5iz nieuwe bacterien kunnen zorgen. Het theoretische aantal is dan 512 x 512 = 262.144 bacterien.
3. a De menselijke cel is zo 10^-6 mm3 : 10^-8 mm3 = 100 maal zo groot. De meeste bacterien zijn echter nog veel kleiner.
b De celkern. Het erfelijk materiaal (DNA) van bacterien is niet in een microscopisch zichtbare organel verpakt.
4. a De bacterie die de pest veroorzaakt is Pasteurella pestis (vroeger genaamd Yersinia pestis), ontdekt door Yersin in het jaar 1894.
b Malaria wordt veroorzaakt door diverse Plasmodiumsoorten. Deze organismen zijn geen bacterien. Ze behoren tot de groep van de Sporozoa, eencellige diertjes die allemaal als parasiet leven.
5. a The pest: de pest, meestal in figuurlijke zin.
A pest: lastpost.
b A plague: plaag, ramp.
The plague: de pest.
(De ziekte de pest wordt vaak aangeduid met bubonic plague, in oudere teksten ook wel met pestilence.)
c Men noemde de pest wel 'de zwarte dood' vanwege de donker getinte onderhuidse bloedingen die de patienten vertoonden. De door de infectie gezwollen lymfeklieren zijn zichtbaar als bulten (bubonen), vandaar `builenpest' of 'bubonenpest'. Als de bulten openbreken en de etter naar buiten stroomt, blijven er diepe wonden achter. Ook deze hebben een donkere kleur.
6. a Allerlei culturele en religieuze minderheden konden de schuld van de epidemie krijgen. Vooral de joden en plaatselijke groepen van ketters waren het slachtoffer van wraakoefeningen. Incidenteel gebruikte men een epidemie slechts als aanleiding om van een gehate minderheid af te komen.
b De eerste aids-slachtoffers vielen in kringen van mannelijke homoseksuelen. Aids stond dan ook eerst bekend als een `homoziekte'.
Overeenkomsten:
- Een deel van de bevolking moet niets van homoseksuelen hebben. Zij vinden in de ziekte een extra reden om zich tegen de homoseksuele minderheid af te zetten, vooral omdat de ziekte door seksueel contact wordt overgedragen.
- Net zoals we nu (nog) geen geneesmiddel tegen aids hebben, zo had men in vroeger eeuwen geen enkel antwoord tegen de pest.
- Ook nu spreken sommige mensen over aids als een`straf van God'.
Verschillen:
- Terwijl vroeger de pest de gehate (culturele, religieuze) minderheid relatief minder zwaar trof dan de rest van de bevolking, vallen bij aids de slachtoffers juist vooral in de (homoseksuele) minderheid.
- Hoewel er geen geneesmiddel bestaat tegen aids kan iedereen zich wel beschermen tegen besmetting. Dit lukte de mensen vroeger bij de pest gewoonlijk niet door gebrek aan medische kennis.
7. De tak van de geneeskunde die zich niet bezighoudt met het genezen van ziektes, maar juist met het voorkomen ervan.
20. Immuniteit
1. De ziekte begon - zo zegt men - in Ethiopie (fragment 1).
2. - Ik die zelf de ziekte heb gehad (fragment 2).
Wanneer iemand het ergste had overleefd (fragment 3).
Van hen die herstelden (fragment 3).
Zij die van de ziekte hersteld waren (fragment 5).
- Want voor de tweede maal greep de ziekte niemand aan (fragment 5).
- Althans niet met dodelijke afloop (fragment 5).
- De lichtvaardige hoop nooit meer aan eeen andere ziekte te zullen sterven (fragment 5).
21. Het immuunsysteem
1. Hier staat een of ander vaag plaatje, termen gebruikt: antigeen, fagocyt, ziekteverwekkers, antilichamen, B-lymfocyt.
2. Strikt genomen zijn er twee typen overgevoeligheid. Bij het ene speelt het immuunsysteem geen rol. Dit type heeft intolerantie, bijvoorbeeld voor bepaalde voedingsmiddelen door een tekort aan een bepaald spijsverterings-enzym. Bij het andere is het immuunsysteem wel betrokken. Alleen dit laatste type heet officieel allergie. In de praktijk worden deze drie termen veel door elkaar gehaald.
a Drie bekende allergieën zijn die voor huisstofmijt, bijen- en wespensteken en berkenstuifmeel.
Drie minder bekende allergieen zijn die voor appels, mosterd en kippenuitwerpselen.
b Bij een allergie vertoont het immuunsysteem een hin-
derlijke of zelfs levensgevaarlijke reactie tegen stoffen
die zelf in feite onschadelijk zijn.
22. Antibiotica en resistentie
1. De interviewer zouuit zijn vraaggesprek moeten kunnen opmaken dat tbc voor de toepassing van de antibiotica een uitermate gevreesde ziekte was, vergelijkbaar met aids en kanker in onze huidige tijd.
2. a Tbc kan meer organen dan alleen de longen aantasten. Als iemand via de longen met tbc geinfecteerd is geraakt, kan de oorspronkelijke infectiehaard later opnieuw actief worden. De patient hoest dan slijm op waarin veel tuberkelbacteriën voorkomen. Hij verspreidt door het hoesten via kleine vochtdruppeltjes de ziekte. Als dat gebeurt, spreekt men van open tbc.
b Men gaat zoveel mogelijk na met welke mensen de patient met open tbc in contact is geweest gedurende de periode waarin hij besmettelijk was. Al deze mensen wordt gevraagd zich door een arts te laten onderzoeken op eventuele besmetting.
c Naar je huisarts gaan. Die mag je ouders niet zonder jouw toestemming inlichten over jouw bezoek. Als je liever niet naar je eigen huisarts gaat, kun je bijvoorbeeld ook contact met de schoolarts opnemen.
Overigens is het zo dat je huisgenoten wel ingelicht moeten worden in het geval dat je onverhoopt inderdaad besmet bent geraakt.
4. Men is in het algemeen bang dat nog meer bacteriën resistent worden tegen allerlei antibiotica. In het geval van de uierzalf zou het bijvoorbeeld betekenen dat tamelijk gewone huidbacterien tegen de gebruikte antibiotica resistent zouden worden. Zulke bacterien veroorzaken bij mensen met een gevoelige huid wel eens een hardnekkige puist. Met een antibioticumzalf kunnen ze daar gewoonlijk weer vanaf komen. Maar als die bacterien resistent geworden zijn doordat andere mensen te veel antibioticumuierzalf hebben gebruikt, kan zo'n steenpuist alleen bestreden worden met een nieuw antibioticum.
5. Bij de genezing van een infectieziekte werken het toegediende antibioticum en je immuunsysteem samen. Als het antibioticum de meeste bacterien doodt, kan je immuunsysteem de restjes opruimen, ook de eventuele resistente bacterien. Maar als je te vroeg stopt met de kuur, dan blijven er zoveel bacterien over dat je ze niet allemaal kunt uitschakelen. Er zou bij de overblijvende bacterien toevallig een resistente kunnen zitten. Als de ziekte de kop weer opsteekt, vermenigvuldigen de bacterien zich weer snel, waaronder ook de resistente. Ditmaal helpt het antibioticum niet meer. Als je de kuur netjes aftnaakt, heb je een goede kans dat het gebruikte antibioticum een volgende keer ook nog succesvol zal zijn.
6 a Besmettingsbronnen: nieuwe patient/bezoek/de televisiereparateur/keukenpersoneel/...
Besmettingswijzen: handgrepen van deuren enkranen/voedsel/een gebruikt drinkbekertje/...
b Eerst moet de zaak goed onderzocht worden, bijvoorbeeld door: testen van het personeel om na te gaan of iemand `drager' is van de bacterie zonder er zelf ziek van te worden/controleren van het hygienisch gedrag van het personeel/evaluatie van de voorschriften op hygienisch gebied/kweekjes maken van monsters van verdachte plekken in het ziekenhuis. Daarna kan men geeigende maatregelen nemen, bijvoorbeeld overplaatsen/training van het personeel/aanpassen van de voorschriften/ontsmetting enz.
c Multi-resistent: resistent tegen veel antibiotica.
Staphylococcus aureus: een bepaald soort (goudgeel gekleurde) bacterie.
Interne geneeskunde: afdeling van het ziekenhuis (of gebied van de geneeskunde) waar men zich bezighoud met ziektes van de inwendige organen.
Ontslaan (van een patient): naar huis laten gaan.
Iraceren (hier:) opsporen.
Stringent: krachtig, afdoende.
Preventieve maatregel: maatregel gericht op het voorkomen van nieuwe besmettingen.
41. Natuurstoffen: Goed en kwaad
1.
2.
4. a Een cultuurhistorisch begrip, dat vanaf de negentiende eeuw werd gebruikt en dat letterlijk `wedergeboorte' betekent. De Renaissance begon in Italie in de vijftiende eeuw en had tot gevolg dat langzaam maar zeker de oude kennis door nieuwe inzichten werd vervangen.
b In India bijvoorbeeld, zoals in het artikel van A. Mathijsen op p. 387 staat, heeft geen Renaissance plaatsgehad, zodat bij de komst van de Engelsen in de achttiende eeuw een westerse wetenschap en (dier)geneeskunde zijn 'geimplanteerd'. Op het platteland bleef de traditio-nele geneeskunde voortleven (idem, p. 388).
c In Japan zijn monumenten voor dieren te vinden bij Shinto-schrijnen of bij tempels. Het kwam uit het boeddhisme voort om monumenten op te richten voor in dienst van de mens omgekomen dieren. (Vanaf 538 was in Japan het slachten van dieren, zoals paarden, runderen, honden en kippen, verboden. Mathijsen, p. 388/389.)
Op 21 maart 1998 is in Heerenveen aangekondigd dat de internationaal befaamde fokstier Sunny Boy een standbeeld zal krijgen. Sunny Boy is legendarisch geworden in binnen- en buitenland. Hij heeft 2 miljoen nakomelingen verwekt.
d In landen als Nederland en Groot-Brittannie worden bepaalde dieren als honden, katten en paarden, maar ook zangvogels en jonge zeehondjes met andere ogen bekeken dan in de vaak nabije buitenlanden. Een hond als voedsel wordt anders behandeld dan een hond als huisdier of een hond als proefdier. Respect voor dierlijk leven varieert enorm over de wereld. Er zijn dus veel goede antwoorden te geven op deze vraag, die er alleen toe dient om je rekenschap te geven van de verscheidenheid in benadering van dieren door mensen uit verschillende culturen.
45. Hemelonderzoek
1. a Onze jaartelling is de christelijke jaartelling die begint met de geboorte van Christus.
b Het gaat om Julius Caesar. De jaartelling was gebaseerd op een zonnekalender.
c Dit was paus Gregorius XIII. De Juliaanse kalender moest worden aangepast, omdat in een jaar (de tijd van een omwenteling van de aarde om de zon) niet precies 365 dagen pasten. (Een dag is de tijd dat de aarde draait om haar as.) Het schrikkeljaar was al door Caesar ingevoerd. Maar dit was niet voldoende om de loop van de seizoenen niet te laten veranderen tijdens een jaar. Om de eeuw moest er ook nog een aanpassing plaatsvinden om te voorkomen dat de seizoenen steeds zouden beginnen op een andere dag.
d Voornaamste reden om een kalender in te voeren zal de landbouw zijn geweest. Met name voor de bepaling van de zaaitijd.
e Alleen de hemel was onveranderlijk en bood dus een betrouwbare grondslag.
f De verandering van de maan is door de schijngestalten veel duidelijker dan de verandering van de positie van de zon aan de hemel.
g De positie van de zon aan de hemel heeft invloed op de seizoenen. De plaats van de maan niet.
3. Hoe verder weg een object zich bevindt, hoe kleiner de
verandering van azimut (parallax). De verandering van
azimut van de zon is verwaarloosbaar. (`De zon loopt met
de waarnemer mee!')
47. De gnomon
1. a Tijdmeting met de schaduw als werkingsprincipe.
b De zandloper moet steeds opnieuw worden ingesteld (nadeel) maar is overal bruikbaar en altijd bruikbaar (voordeel). De zonnewijzer is afhankelijk van de plaats. Hij is onbruikbaar als de zon niet schijnt (nadeel). Maar hij behoeft geen permanente aandacht.
2. ok
3. a Enerzijds staat er dat de zon naar het zuiden afbuigt. Dit zou erop wijzen dat de meting in de ochtend plaatsvindt. Anderzijds staat er dat de schaduw zich uitbreidt. Dit zou erop wijzen dat de meting in de avond plaats vindt. Leerlingen zouden in ieder geval naar een van beide aanwijzingen moeten verwijzen. Helemaal mooi zou natuurlijk zijn als ze de tegenstrijdigheid in de tekst zouden opmerken.
b Nee, Thales zou op elk moment de lengte van de gnomon kunnen vergelijken met zijn schaduw. De verhouding tussen beide lengtes moet voor elk voorwerp hetzetfde zijn, dus ook voor de piramide. Opgemerkt moet wel worden dat als de schaduw bijvoorbeeld twee keer zolang is als de gnomon zelf de meting razendsnel moet plaatsvinden. Zeker in Gizeh waar opkomst en onder- gang snel plaatsvinden vanwege het feit dat Gizeh op een lage breedtegraad ligt.
5. a De afstand tussen Syene en Alexandrie is 745 km.
b De zon staat zo ver weg dat de zonnestralen evenwijdig lopen.
c/d 7 graden.
e 7/360.
f De taartpunt vormt 7/360 ste gedeelte van de gehele taart. Dan moet de afstand tussen Syene en Alexandrie ook 7/360 ste bedragen van de gehele omtrek van de aarde. Dus de omtrek van de aarde is 360/7 keer zo groot als de afstand Syene-Alexandrie.
g 360/7 X 745 km = 38 000 km.
h De afstand Syene-Alexandrie was de meest onzekere factor. Er bestond in die tijd immers geen instrument waarmee afstanden rechtstreeks konden worden gemeten. Erathostenes heeft vermoedelijk gebruikgemaakt van ervaringen van kooplieden die wisten hoeveel dagen een reis Syene-Alexandrie duurde en dat aantal vermenigvuldigd met het aantal stadiën dat bij een dagmars per kameel doorgaans werd afgelegd.
49. Navigatie via de sterren: breedtegraden
1. Scheurbuik is een ziekte die voortvloeit uit gebrek aan vitamine C. Als schepen lange tijd buitengaats verbleven, ontstond er gebrek aan deze vitamine. Verse groenten en citrusvruchten vormden de remedie.
2. a De hoek moet worden gemeten tussen de straal van de Poolster en het aardoppervlak.
c Bij de evenaar.
d Op de noordpool.
e o graden.
f 53 graden.
i Je moet de 20 ste breedtegraad op de globe aflopen voorzover deze in de Grote Oceaan ligt. Je komt dan
eigenlijk alleen Hawaii tegen.
3. a VET!!!
4. a De hoogte in figuur 49-b bedraagt 40 graden.
b Het oog en kimvizier vormen geen lijn die horizontaal loopt.
5. a De instrumenten ontlenen hun naam aan de hoek waarover kan worden ingesteld:
Kwadrant: 9o graden (kwart van een cirkel).
Sextant: 6o graden (1/6 van de cirkel).
Octant: 45 graden (1/8 van een cirkel).
50. Navigatie: het lengtegradenprobleem
1. a De Scilly-eilanden liggen op 50 graden noorderbreedte en 6 graden westelijk van de 0-meridiaan.
b Een verticale lijn vlak voor 1'Ile Ouessant naar boven naar de Scilly's geeft de koers van de schepen. Er staat immers dat de schepen een noordelijke koers aanhielden. De navigatiefout hield dus in dat de schepen dichter bij het Franse eiland zaten dan men dacht.
2.
3. a Vijf graden.
b De bedoelde afstand is iets kleiner dan 30o km.
c 30o km komt overeen met 5 graden, dus o,5 graden komt overeen met 3o km.
4. a Je kan op twee manieren zien dat het winter is: de zonnestralen vallen schuin op Nederland in en het
grootste deel van de breedteparallel van Amsterdam bevindt zich in het donker.
b In het eerste plaatje is de zon een paar uur daarvoor door zijn hoogste stand gegaan. Dus vroeg in de middag. In het tweede plaatje vindt doorgang door het grensgebied van schaduw en licht plaats. Dit geeft aan dat het schemertijd is. Derde plaatje en vierde plaatje zijn twee tijdstippen in de avond voor middernacht.
c In het eerste plaatje is het ongeveer 15.00 uur, dus drie uur na de hoogste zonnestand. In het tweede plaatje is dat zes uur, dan negen en ten slotte elf uur.
d Eén uur komt overeen met 1/24 van de cirkelboog. Dit is 15 graden. Dus in de vier plaatjes is men respectievelijk 45-90-135 en 165 graden verwijderd van de plaats van de hoogste zonnestand.
e Dit komt overeen met de situatie van plaatje z waarbij Amsterdam vervangen is door Greenwich. Hij is dan 3 uur verwijderd. Dit komt overeen met 3/24 x 360° = 45°.
f De gezochte plaats bevindt zich dus op 45° westerlengte en 50° noorderbreedte. Dit is voor de kust van
New-Foundland.
5. - De golven laten het schip slingeren. Dat verstoort de slingerbeweging.
- Door de temperatuurwisseling veranderd de toestand van de smering: Als het erg warm is, is de olie erg vloeibaar dus dan is er een goede smering. Als het erg koud is, verslechtert de smering. Dit vertraagt de beweging van de klok.
6. a De kapitein moet afspreken op welk moment van de dag het verband wordt aangebracht. Bijvoorbeeld om 12.00 uur. Als het op het schip op het moment dat de hond begint te janken dan zes uur later is weet de kapitein dat hij 6 x 15 graden meer oostelijk zit.
b Er zijn geweldig veel schepen voor nodig met bemanning. Dat kost zeer veel geld. Verder moet het schip vastgelegd worden, maar dan moeten de ankerkettingen soms kilometers lang zijn. Die trekken het schip naar de zeebodem. Verder zou het werk de bemanning gek van eenzaamheid maken.
c In 24 uur gaan 24x60 = 144o minuten. Een graad draaien kost dan 1440/360 = 4 minuten. Dus een halve
graad draaien kost 2 minuten. Het horloge mocht dus ten hoogste z minuten voor of achter lopen.
d Op een reis van 2 weken zal het horloge 2x14 = 28 seconden afwijken. Ruimschoots binnen de grens van 2 minuten! Het kwam dus in aanmerking voor de eerste prijs.
LOLOL waar slaat dat op :bleh: